Feed on
Berichten
Reacties

Klik hier voor de foto’s

Op een grijze maar droge dinsdag 15/7/2008 in volle vakantieperiode stapten we verder op de GR 5A vanaf Wijtschate.

Via trein Antwerpen - Kortrijk, Kortrijk - Ieper, en belbus Ieper Zuid kwamen we iets na het middaguur toe in Wijtschate. Met het sombere licht van de dreigende bewolking, en de absolute uitgestorvenheid van dit dorp, leek het alsof het hier nog 6 uur ’s morgens was. We vonden dan ook geen enkel excuus om terplaatse te blijven rondhangen.

Bloempatatten?

Door de velden ging het richting provinciaal domein De Palingbeek. Voor we daar waren wandelden we langs een bosrand waar een bloeiend aardappelveld een purperen tapijt uitgerold had. Erg mooi. Bij de ingang van het gelijknamige kasteeldomein De Palingbeek loopt de route rond een afgesloten golfterrein. Daarna volgt een erg mooi pad door de velden met zichten over de Westvlaamse laagvlakte.

Na bijna 7 km. staan we bij de ingang van het domein De Palingbeek. Tijd voor een picknick naast het idyllische vijvertje, compleet met luchthappende vissen en moeder eend met kroost. In werkelijkheid is dit een oude bompoel waar met een beetje menselijke hulp de natuur een prachtig schilderijtje van gemaakt heeft.
Over de geschiedenis van De Palingbeek kun je op het internet ruim informatie vinden. Vandaag houden we er een bijna 7 km. lange bosstrook aan over waar het kwettert, geurt en kleurt in een regelrechte aanval op al je zintuigen. Het is een heerlijk wandelpad, maar we kunnen ons voorstellen dat het hier bij beter weer en in het weekend heel wat drukker moet zijn.

In Hollebeke wandelen we even tot in het centrum, om vast te stellen dat ook hier niets open is. De GR 5A vervoegt nu de spoorweg Kortrijk - Ieper - Poperinge. Net voor de route de spoorweg terug moet verlaten (bij kilometerpunt 30) is er een trajectwijziging. We blijven de spoorweg volgen tot in Houthem en stappen daarmee Wallonië binnen. Ondanks alle politieke heisa van de voorbije dagen worden we toch nog overal met een vriendelijk Bonjour begroet. Men heeft duidelijk nog niet de staat van beleg afgekondigd.

Bompoel

De rest van de wandeling blijven we door de velden lopen. In de verte duiken de kerktorens van Zandvoorde, Ten Brielen en Kruiseke op. Bij het gehucht Amerika stappen we terug Vlaanderen binnen. Dit brengt ons meteen in de buurt van Wervik, de tabakstreek. Naast de streek van de Semois is dit zowat de enige plaats in België waar nog tabak zou geteeld worden. Wij hebben er echter niets van gemerkt, behalve enkele eerder bouwvallige tabaksasten (droogovens) tussen de boerderijgebouwen op ons traject.

En zo eindigde voor ons de voorlaatste etappe op de GR 5A aan de weg Geluwe - Wervik. Het was nog even wachten op de belbus die ons vlotjes naar het station van Wervik bracht. Na een smakelijke pizza in Kortrijk waren we om 10 uur ’s avonds terug thuis in Antwerpen.

Klik hier voor de foto’s

’s Morgens om een uur of acht worden we wakker in ons tentje. De zon schijnt al, maar als we buitenpiepen zijn er toch heel wat donkere wolken te zien. De weersvoorspelling klopt: wisselvallig vandaag met af en toe buien.
Terwijl we rustig de tijd nemen om ons te douchen, enkele croissants te kopen bij de mobiele bakker die de camping bezoekt, en in het cafetaria koffie te drinken … beginnen de eerste druppels al te vallen. We hopen dat het bij dat ene vlaagje blijft en dat de tent alsnog terug kan opdrogen vooraleer op te breken. Dat lukt, maar dat maakt dat het toch weeral 11 uur is vooraleer we volledig gepakt terug op stap kunnen.
Een probleem is dat niet, want we hebben terug maar een kort tochtje van 12 km. gepland: van Kemmel naar Wijtschate vanwaar we rond halfvijf met een belbus naar Ieper gebracht worden.

Het eerste deel van de wandeling voert ons naar Wulvergem. De temperatuur is goed, er staat een licht windje, en het blijft droog ondanks dreigende luchten. Meer moet dat niet zijn om de rugzakken beter draagbaar dan gisteren te maken. Het feit dat er geen hellingen à la Kemmelberg of Rodeberg genomen moeten worden zal er ook wel aan helpen.
Net voor we Wulvergem binnenstappen passeren we een wei met een kleine dierentuinverzameling: reeën, geitjes, kippen … en zelfs een koppel heuse kangoeroes. De moeder heeft een (niet meer zo) kleintje in de buidel. Op het ogenblik dat we dit tafereeltje willen op de foto vastleggen, buigt de moeder zich en begint rustig gras te grazen. De kleine is daarmee verdwenen en wat we ook proberen, het beest richt zich niet meer op zolang ik het fototoestel klaar houdt. Uiteindelijk moet de kleine het toch wat te benauwd vinden in die laag-bij-de-grondse houding, en plots komt hij (of zij) opzij piepen. Mijn eerste kangoeroe-met-jong foto is een feit! Nu kan ik die reis naar de Australische outback weer wat uitstellen. 

In de Outback bij Wulvergem

In Wulvergem is het tijd voor een soepeke, en dan gaat het weer verder.
Het weer beslist dat het ons genoeg ontzien heeft, en trakteert ons vanaf nu op stevige plensbuien. Gewapend met onze regenjassen en de hoezen over de rugzakken tsjokken we verder naar de Spanbroekmolenput. Voor iemand die het verleden van de streek niet kent moet het eigenaardig lijken boven op een heuvel een mooi rond meer met een diameter van 125 m. aan te treffen. In werkelijkheid is deze idyllische plaats (compleet met honderden waterlelies) het resultaat van een verschrikkelijke ontploffing. Vanaf 1916 groeven de Britten meer dan 20 mijngangen om verschillende Duitse stellingen te ondermijnen met duizenden kilo’s springstof. Dat was ook het geval onder de heuvel waar we ons nu bevinden. De Duitsers hadden de toenmalige Spanbroekmolen en de gelijknamige herberg ingenomen en controleerden van hieruit de omliggende streek. Op 17 juni 1917 brachten de Britten alles tot ontploffing, waarbij de streek meteen herschapen werd in een maanlandschap van enorme kraters. Molen, herberg, heuveltop en Duitsers werden in enkele seconden vervangen door de Spanbroekmolenput. Naderhand werd de plaats ingericht als een oorlogsmonument en heet het meer ‘Pool of Peace’.

Pool of Peace, alias Spanbroekmolenput

Op onze verdere tocht passeren we nog 2 van dergelijke kraters. Eéntje ligt midden een weide, een ander is nu ingericht als forellenvijver. Samen met de her en der verspreid liggende soldatenkerkhoven moet je bijna blind zijn of totaal ongevoelig om niet even stil te staan bij het onnoemelijk leed dat hier zoveel jonge mensen aangedaan werd.

Het laatste gedeelte van de wandeling moet ons nu langs een wijde bocht om het Wijtschatebos tot in het gelijknamige dorp brengen. Ondertussen is het echter terug hard beginnen regenen, en het ziet er niet naar uit dat het gauw zal ophouden. We beslissen daarom een kortere weg te nemen en door het Wijtschatebos te stappen. Daardoor ontdekken we onverwachts ook nog een Duitse mijnschacht en een vleermuizentunnel.

De Duitsers blijken goed op de hoogte geweest te zijn van de Britse mijntunnel werkzaamheden. Op de plaatsen waar ze vermoedden dat tunnels gegraven werden, groeven ze op hun beurt verticale mijnschachten in de hoop de Britse tunnels te vinden en die op hun beurt op te blazen. Ze probeerden zelfs op dezelfde manier de Britse stellingen te ondermijnen. Het feit dat de Britten over het algemeen op lager gelegen plaatsen zaten bemoeilijkte echter hun tunnelwerken. De schachten moesten dan ook gestut worden met betonwanden. Dergelijke schacht is nog bewaard gebleven in het Wijtschatebos.

Iets verder in het bos stootten we op een bunkertunnel die nu omgevormd is tot vleermuizenhol.
Onze poging om door het bos een kortere weg te vinden bewijst eens te meer dat de GR routes niet zomaar lukraak uitgestippeld zijn. Bleek dat de meeste paden afgesloten waren of doodliepen op weides met prikkeldraad. Dat verklaart waarom het GR 5A traject in een wijde boog omheen dit historisch interessante Wijtschatebos loopt. Zelf zijn we slechts met veel moeite en via dwars-door-het-bos trappelen in Wijtschate geraakt … niet echt katholiek en verantwoord, maar we beloven ons leven te beteren.

In Wijtschate liep onze tweedaagse ‘trektocht’ ten einde.
Ik weet niet of we vlug terug in de verleiding zullen komen om er nog eens met pak en zak op uit te trekken. Gelukkig zijn er op de twee ons nog resterende GR 5A stukken geen campings te bespeuren. We hoeven ons de vraag dus voorlopig niet meer te stellen.

Klik hier voor de foto’s

Twee overjaarse jongelingen kregen het in hun hoofd om nog eens écht te trekken. Stappen met tent, slaapzak en slaapmat, overnachten op een camping … een vermetele onderneming. Dertig jaar geleden leek dat lichaam nog geen problemen te hebben met het gewicht van die rugzak. Zijn we dan toch ouder geworden ondertussen?
We hadden het nochtans bescheiden aangepakt. Twee korte dagtochtjes van amper 11 en 13 km in ons lieflijk Vlaanderen. Het minimum minimorum meegenomen. En toch voelden we ons geradbraakt alsof we twee marathons na mekaar gestapt hadden in de Alpen. Als enig lichtpuntje kunnen we stellen dat het ons de tweede dag beter afging dan de eerste … Misschien de volgende keer meerdere dagen?

In alle geval stonden we vrijdagmorgen gepakt en gezakt klaar om met trein en belbus van Antwerpen naar Westouter te reizen. Na 3 uren reizen waren we op onze bestemming. Het was ondertussen al ruim middag. Aan de Neerplaats was hetzelfde terras als de vorige keer geopend zodat we verzekerd waren van onze noodzakelijke koffie injectie.

Zicht op de Vidaigneberg

We stappen de velden in, werpen nog een laatste blik op Westouter en genieten onmiddellijk van de mooie uitzichten over dit glooiende landschap. De eerste ‘berg’ die we in de verte te zien krijgen is de Vidaigneberg, maar dan buigt het pad af richting Hellegatbos en Rodeberg.
Het stijgende pad dat naar en door het bos voert doet zich onmiddellijk voelen. We zijn nochtans veel steilere hellingen gewoon van in de Ardennen en in het buitenland, maar de kilo’s op onze rug zijn we niet gewoon. Zelfs het schaduwrijke bos kan niet verhinderen dat het zweet in straaltjes van ons afloopt.
Boven gekomen staan we bij de Lijstermolen en kunnen we uitblazen bij de mooie vergezichten die zich hier aandienen.

Een smal en glibberig paadje voert ons snel terug naar beneden. In de verte ontwaren we het dorpje Loker. Geleidelijk aan beginnen we terug te stijgen, en zo komen we uiteindelijk uit bij de weg Loker - Dranouter aan het eerste militaire kerkhof dat we op deze wandeling tegenkomen. Als je deze mooie lieflijke streek doorwandelt zou je vergeten dat het hier nog geen honderd jaar geleden een hel was waarin tienduizenden soldaten als slachtvlees geofferd werden op het altaar van de machtshonger en gekrenkte trots van enkelen. Jammer genoeg zijn het niet die enkelen die onder de naamloze grafstenen rusten.

Ossuaire Français

Het gaat nu richting Kemmelberg die we ondertussen al geruime tijd voor ons zien liggen. De tocht naar boven bezorgt ons onze tweede sauna van de dag. Bij het Ossuaire Français houden we halt. De resten van meer dan 5.000 Franse soldaten liggen hier begraven, amper 56 lijken konden geïdentificeerd worden. In totaal kwamen op de Kemmelberg meer dan 10.000 mensen om door bommen, bajonetten, kogels en gifgassen … Als onze Vlaamse en Waalse politici hun communautaire onderhandelingen nu eens rond dit gedenkteken voerden? Misschien zien ze dan de belachelijkheid van hun absurde en opruiende strijdtaal in, alhoewel … ik zie ze nog in staat ook deze menselijke tragedie te misbruiken voor hun politieke spelletjes.

We stappen verder over de Kemmelberg en dalen af naar het gelijknamige dorp.
De GR 5A komt net niet door het centrum van Kemmel. Voor ons zit de tocht er echter op en gaat het richting centrum. Nu moeten we nog op zoek naar de camping. Die ligt een kleine kilometer buiten het dorp.
Tentje opzetten, eten, en genieten van een lekkere maaltijd in het dorp. We zijn blij dat we eindelijk van onze rugzakken verlost zijn. Het Labyrint aan het dorpsplein is een gezellige taverne. Tijdens het eten verwonderen we over de verschillende collecties die hier de muren sieren: pijpen, Christusbeelden, fietsplaten, stampers, wekkers, borden, koetslampen. We amuseren ons met de spelletjes die iedere tafel wat te doen geven.
Op de camping kruipen we al voor 10 uur de slaapzak in. ’s Nachts worden we enkele keren wakker, maar al bij al slapen we goed. Met dank aan de weergoden die het droog houden, en met dank aan de rugzakken die ons voldoende moe maakten.

Klik hier voor de foto’s

Omdat we nogal waterschuw zijn, en alles zoveel mooier lijkt onder een stralend zonnetje, trokken we dinsdag 17/6 terug naar Proven om van daaruit verder te stappen naar Westouter op de GR 5A Zuid.
Het werd een pracht van een wandeling, waardoor de verplaatsing van meer dan 6 uren al iets verteerbaarder werd. In Antwerpen namen we de trein van 8.06 u. naar Kortrijk. Daar hadden we bijna 40 min. om over te stappen op een stoptrein naar Poperinge. En in Poperinge stond een belbus klaar om ons naar Proven te brengen. We kwamen daar aan om 11 uur. Samen met de verplaatsing naar Antwerpen-station een dikke drie uren.
’s Avonds het omgekeerde scenario. Belbus van Westouter naar Poperinge, trein naar Kortrijk en vervolgens naar Antwerpen.

In Proven vonden we aan het eind van de herinrichtingswerken die het dorp nu al een tijd van de buitenwereld afgesloten houdt een stoffig café dat open was. Onder het genot van een koffie pasten we onze reiskleding aan de mooie weersomstandigheden aan, en om 11.30 u. stonden we vertrekkensklaar.

Hoppeveld buiten Proven

Bij het verlaten van Proven liepen we meteen naast een hoppeveld. Het blijft een indrukwekkend zicht om deze hoge paalconstructies in het landschap te zien staan. Op dit ogenblik zijn de klimplanten al aardig opgeschoten, maar voor de hopbellen zelf is het nog veel te vroeg. Tijdens de rest van de wandeling komen we deze velden nog verschillende keren tegen.

Een paar kilometer verder passeren we langs de ingang van het domein De Lovie. Ik herinner me dat ik hier ongeveer 40 jaar (!) geleden als kadet enkele keren deelnam aan het Westvlaamse loopcrosskampioenschap voor scholen … puur jeugdsentiment. Ook toen al was hier een centrum voor de opvang van mentaal gehandicapten gevestigd. Het is een geruststelling te merken dat na al die tijd deze plaats nog altijd bestaat.

We wandelen verder en passeren volgens de topogids het Kasteel Couthof. Behalve wat bos valt er weinig te merken van enig kasteel. Het illustere familielid van prinses Mathilde dat hier zou wonen houdt zich alleszins goed verborgen. Anachronismen bestaan ook vandaag nog, anders was ook het woord samen met het onderwerp al lang verdwenen.

De wandeling loopt verder door de velden, en het terrein wordt alsmaar heuvelachtiger. Het valt op dat naast mais en aardappelen hier heel wat graan geteeld wordt. De voorzitter van de Boerenbond bevestigde net nog dat onze boeren hard getroffen worden door de stijgende brandstofprijzen en de dalende opbrengstprijzen voor veeteelt en tuinbouw. Diegenen die graan telen zouden beter af zijn (de verkoopprijzen zijn goed gestegen). De boeren van deze Westhoek hebben dus blijkbaar de goede beslissingen genomen.

In het Helleketelbos

Al mijmerend komen we zo bij het Helleketelbos. Deze bos-oase is amper 41 ha. groot, maar was vroeger deel van een uitgestrekt bos tussen Watou en Beselare. Op het internet heb ik tot nu toe vergeefs gezocht naar een boeiende verklaring voor de naam, en terplaatse werd ook nergens enige uitleg gegeven. Heksen, gruwelverhalen, moorden … ? We hebben er het raden naar. In alle geval biedt het bos een aangename afwisseling in het bijna uitsluitende landbouw landschap van deze streek.
Net buiten het bos staat herberg De Boshoeve. Het lijkt een aangename plaats om even te vertoeven, maar jammer genoeg is alles potdicht op deze doordeweekse dag.

De GR 5A tocht voert ons nu tot op het grondgebied van Abele, een typisch grensdorp. De GR 5A blijft op 500 m. van het dorp zelf, maar we verlangen ondertussen zo erg naar een aangename pleisterplaats dat we beslissen een ommetje te maken naar het dorpscentrum.
We hebben ons dat ommetje niet beklaagd. Op de grens zelf vonden we café Het Commiezenkot, inclusief douanemuseum. We vroegen een Witte van Hoegaarden, en kregen een veel betere Watou’s Wit opgediend, een lokaal streekbier dat wat wat mij betreft alleszins erg ondergewaardeerd is (of was het de dorst die dit fris biertje hemels deed smaken?).

Van Abele stapten we terug naar het GR 5A parcours en vervolgden onze weg door de velden richting Westouter. Daarbij stapten we nog 500 m. over Frans grondgebied. Geen enkele grensaanduiding hier. Het enige dat ons opviel was de duidelijke scheiding in het asfalt op de weg waar de grens verondersteld is te passeren. Een perfecte samenwerking tussen Frankrijk en België overigens, want de asfaltnaad is keurig afgewerkt.

Het beste van plaatselijke bodem

Uiteindelijk belanden we in Westouter. We hebben ons neergeploft op het eerste (en enige) terras dat we tegenkwamen, en kregen meteen de kans om nog een ander succesnummer van de Watou reeks te proeven: St-Bernardus bier.
De tijd dat we moesten wachten op onze belbus was aangenaam besteed.

Houtem - Proven (26,5 km)

Klik hier voor meer foto’s

Woensdag 11 juni gingen we onmiddellijk verder met onze GR 5A tocht.
De wandeling was in meer dan één opzicht merkwaardig. Het was de eerste keer dat we 26 km. stapten zonder ook maar één geopend café te ontmoeten. Het ontbrak nochtans niet aan dorpen en gehuchten.
De tocht leek ook een echte ‘Kapellekensbaan’, alhoewel Boontje niet dit soort kapelletjes in gedachten zal gehad hebben toen hij zijn beroemde boekje schreef.

Vanuit Houtem stappen we de velden in voor een eerste etappe van ruim 5 km. naar Izenberge. De streek valt op door zijn verlatenheid, maar het is er heerlijk wandelen.
Izenberge passeren we op een boogscheut. Er bevindt zich in het dorp een ‘Bachten de Kupe’ museum dat best de moeite waard moet zijn, maar we besluiten niet van het GR pad af te wijken en blijven in de open velden. 
Zo komen we in Gijverinkhove. De omgeving van de kerk levert stemmige plaatjes op, maar verder is alles hier doods. Dus terug verder …

Tussen Houtem en Izenberge

Op weg naar de IJzer passeren we de stichting Georges Grard. De beeldhouwwerken rond het gebouw leveren een bevreemdende aanblik in deze verlaten landbouwstreek.
Plots menen we heel in de verte de Westvlaamse heuvels te ontwaren. Ze lijken nog erg veraf, maar 2 wandeltochten verder zullen we daar al doorstappen. 

Bij Stavele bereiken we de IJzer. Na 13 km. verheugden we ons op een verfrissing in het Hof van Commerce. Vanuit de verte zagen we het terras klaar staan, maar bij aankomst bleek alles potdicht. Dan maar onze boterhammetjes met een slok water doorgeslikt op de oever van de IJzer, wat ook niet onaangenaam was.

Vanuit Stavele volgen we de IJzer meer dan 5 km. over een verlaten wandel-fietspad. In de verte passeren we de Broekmolen en Beveren-aan-de-IJzer.
In Roesbrugge zijn we er echt van overtuigd dat we een halteplaats zullen tegenkomen. Maar ook hier is alles dicht. Het is duidelijk dat je op een gewone weekdag in deze streek geen ambiance moet komen zoeken. Zou het beeld van de stugge, zwijgzame, maar hardwerkende Westvlaming hier iets mee te maken hebben?
Verder dan maar naar Haringe. Nog een ingeslapen dorp met enkele gesloten cafés. Dat betekent uiteraard dat ook de kerk gesloten is. Jammer, want hier bezitten ze een internationaal bekend Van Peteghem orgel dat ieder jaar door bekende organisten opgezocht wordt.

De IJzer vanaf Stavele

Het laatste stuk van deze wandeling voert ons nog 5,5 km. verder naar Proven. Vlak voor het dorp passeren we de eerste hopvelden. Er was een tijd dat deze streek wereldberoemd was voor zijn hoppe, een belangrijk bieringrediënt. Tegenwoordig lijkt men echter de voorkeur te geven aan buitenlandse hoppesoorten zodat België zelfs niet meer voorkomt op het lijstje van de belangrijkste producenten.

Proven is ons eindpunt voor de dag. Maar ook hier is een verfrissing ons niet gegund. Het dorpscentrum ligt helemaal open door herinrichtingswerken, en de plaatselijke horeca besloot dat het niet de moeite was om op een paar zeldzame passanten te wachten.
Gelukkig worden we hier opgepikt door onze familietaxi, en die had nog een aangename verrassing in petto: Westvleteren ligt niet zo ver van Proven … een lekkere wereldvermaarde met plaatselijke (?) hop gebrouwen trappist wachtte ons op.  

Tussen Roesbrugge en Haringe

Oudere Berichten »