Feeds:
Berichten
Reacties

Enkele foto’s

Onze vorderingen op de GR 512

Dankzij Rock Werchter hebben we zondag 5/7/2009 de eerste stappen gezet op een voor ons nieuwe GR route: de GR 512.
We wilden eigenlijk in de buurt van Leuven verder wandelen op de GR 128, maar omdat de reisweg van Antwerpen naar Leuven over Haacht loopt vreesden we overrompelingstoestanden op de trein. Echt ver wilden we dan ook weer niet reizen omwille van de erg drukkende zomerhitte de laatste dagen. En het boekje van de GR 512 lag al een tijdje ongebruikt in de kast … Dus dan maar op naar Diest!
Als eerste kennismaking met deze route zijn we niet echt enthousiast over het gevolgde parcours. Het was een eerder wisselvallig traject met letterlijk en figuurlijk hoogtes en laagtes. Laat het ons maar beschouwen als een opwarmertje voor de interessantere gedeelten die nog moeten komen.

Heen en terug

Van Antwerpen naar Diest reis je met de trein richting Hasselt – Luik. De reis duurt minder dan een uur. Vanaf Diest station is het nog ongeveer 1 km. lopen tot het beginpunt van de GR 512 bij de Schaffense Poort.
In het gehucht Sint-Martenskerk kun je bussen nemen naar Aarschot of Diest van waaruit je de terugreis kunt aanvatten. Let wel op: op zondag is er enkel de bus naar Diest, die naar Aarschot rijdt niet.
Ideale wandeling om te doen met een retourticket naar Diest.

De wandeling

Al bij Diest station vind je GR tekens om je naar het vertrekpunt van deze wandeling te leiden. Het zijn de tekens van de GR 561 route die zijn eindpunt heeft bij de Schaffense Poort. Deze is een onderdeel van de versterkte stadsvestingen die in de 19de eeuw uitgebouwd werden als verdediging tegen een eventuele Nederlandse aanval op de toen nog jonge Belgische staat. Diest moest een eventuele opmars naar Brussel stoppen. Of dat ook zou gelukt zijn zullen we wel nooit weten.
Bij de Schaffense Poort staat een GR wandelboom. Niet alleen de GR 512 heeft hier zijn vertrekpunt, ook de GR 5 komt hier voorbij. De volgende 8 km. van onze wandeling lopen beide routes trouwens samen zodat dit eerste gedeelte tot Steensel ons niet onbekend is (zie de wandeling Testelt – Diest op de GR 5).

Saspoort te Diest

We stappen de Diestse vestingwallen op en komen al vlug bij de Saspoort. Vroeger liep de Demer hier de stad in. Het was de bedoeling deze poort te sluiten en zo de gebieden buiten de stad onder water te zetten als er een aanval kwam. Nu is het een mooi hoekje om langs te wandelen. De Demer zelf komt sinds de jaren ‘60 de stad niet meer in, maar loopt er omheen. De wandeling vervolgt de stadswallen met rechts aan de overkant van de ringlaan het Begijnhof. Wie behoefte heeft aan een Hollandse trappist van La Trappe kan terecht in de taverne bij de ingang van het Begijnhof.

Het recreatiedomein De Halve Maan is op deze warme dag een drukbezocht oord. De parkings staan vol en vanaf het openluchtzwembad bereiken ons geluiden van joelende kinderkreten en watergesplash. De verleiding is groot om er een horizontaal dagje van te maken want we voelen ons al behoorlijk opgewarmd en de wandeling is nog maar begonnen. Hadden we onze zwembroek meegenomen …

Op naar de Galgenberg

Maar het gaat verder naar het kerkhof van Diest en vandaar begint het langzaam te stijgen naar de Kloosterberg buiten de stad. We leggen er ons bij neer dat we tijdens deze wandeling heel wat zweet zullen verliezen. Gelukkig hebben we er deze keer aan gedacht een fles water mee te nemen om het vochtverlies toch iets of wat binnen de perken te kunnen houden. En misschien krijgen we ook wel een onweersbui want af en toe komen de rest van de dag dreigende wolkenmassa’s opzetten. De open ruimte boven op de Kloosterberg is echter geen ideale staanplaats in zo’n geval … alhoewel de panorama’s op Diest en het omliggende landschap meer dan de moeite waard zijn. Een nieuwe wandelboom vertelt ons dat de gloednieuwe streek-GR Hageland hier langs komt. Voor de liefhebbers: op 12/7/2009 wordt deze route officieel ingewandeld.
Bij de afdaling komt de volgende berg al in zicht: de Galgenberg. Daar moeten we naartoe, maar niet zonder eerst langs de Carrefour te stappen en de drukke N2 Leuven – Diest over te steken. Op de Galgenberg hebben we Diest definitief verlaten en stappen we door de velden richting Steensel. We blijven boven op een heuvelrug en krijgen mooie zichten op de streek. Na een tijdje zien we in de verte zelfs de basiliek van Scherpenheuvel opduiken.

Scherpenheuvel komt aan bod op de GR 5, maar niet op de GR 512. Bij het gehucht Steensel gaan beide GR’s uiteen en gaat het voor ons richting Bekkevoort. We stappen door de open velden naar de E314, lopen er onderdoor en belanden nu op een eerder saai routegedeelte. Het GR 512 traject laat Bekkevoort links liggen en loopt richting het grondgebied van Tielt-Winge. We passeren gehuchten zoals Steenberg en Hulst, maar moeten vaststellen dat overal verspreide bebouwing het landelijke karakter van deze streek helemaal naar de bliksem geholpen heeft. Bovendien blijft de E314 nu altijd binnen gehoors- en zelfs gezichtsafstand. Een oud afbrokkelend stukje leemmuur is het enige dat nog herinnert aan wat vroeger een gebied met vooral kleinschalige landbouw was. Nu is dit één van de duurdere en erg gezochte woongebieden in België. De meeste bewoners gaan er prat op dagelijks in de E314 files richting Leuven en Brussel te gaan staan.

Het Hageland aan je voeten

Na het doorlopen van een nog zeldzaam stukje Hagelands dalbos met elzen en berken staan we plots voor een verrassing. Tussen kilometerpunten 2 en 6 signaleert de topogids onderweg geen enkel café. Toch duikt daar Herberg De Bleuken op als een fata morgana naast een van hitte zinderende betonweg. Het etablissement hoort bij een achterliggende visvijver en is enkel in het weekend geopend. Alleszins een welgekomen stopplaats …
Na een toverdrankje gaat het met frisse moed verder. Ik vind zelfs de energie om een houten uitkijktoren op te klauteren en vast te stellen dat de streek vanuit de hoogte bepaald indrukwekkende panorama’s biedt.

Ook de laatste 2 km. van de wandeling beginnen er terug veelbelovend uit te zien. We stijgen langzaam de Blereberg op en lopen tenslotte via een geasfalteerd fietspad naar Sint-Martenskerk. De kerk vormt het middelpunt van het gelijknamige gehucht en behoort tot de gemeente Tielt-Winge. Het aanloopzicht is mooi. Achter de heuvel het lagergelegen Sint-Martenskerk, verderop en hoger gelegen de  Onze-Lieve-Vrouwekerk van Tielt-Winge zelf.

Een mooie wolkenlucht als afsluiter

In Sint-Martenskerk eindigt deze wandeletappe. Het gehucht is een zeldzaamheid door de aanwezigheid van minstens 3 geopende cafés die ons naar de bushalte leiden. Terwijl we in Café Jazz op de bus wachten gebeurt dan toch waar iedereen nu al dagen op wacht: er vallen regendruppels. Een erg indrukwekkende bui was het niet, en het beloofde onweer beperkte zich tot wat gerommel in de verte.
De volgende etappe op de GR 512 belooft alleszins beter uit te vallen want op het programma staan een aantal toppers zoals het Walenbos, Houwaart, het kasteel van Horst en Sint-Pietersrode.

Banneux – Spa (17,3 km)

Foto’s

Onze vorderingen op de GR 5 / E 2

Woensdagmorgen 24/6 pakten we onze spulletjes samen in Luik en vertrokken terug naar Banneux om van daaruit onze tweedaagse wandeltocht verder te zetten. Spa ligt in vogelvlucht niet zo ver van Banneux, maar de GR 5 beschrijft een wijde bocht door de streek rond Spa om het stadje tenslotte binnen te trekken vanuit de zuidkant.

zicht vanaf Fagne St-Remacle

Heen en terug

Gisteren verliep de trip van Banneux naar Luik via 2 buslijnen, vandaag raadde de NMBS website ons voor de omgekeerde richting een combinatie trein – bus aan. We vertrokken om 9.16 u. vanuit Luik-Guillemins met de L-trein naar Verviers. Die zette ons om 9.41 u. af in Pepinster waar we vanaf het station naar de een paar minuutjes verder gelegen kerk moesten stappen. Daar nam bus 727 (richting Aywaille) ons om 9.55 u. mee. Om 10.06 u. stonden we terug bij de ingang van het bedevaartsoord Banneux. Daarmee duurde deze trip nog geen uur, terwijl dat gisteren in omgekeerde richting ruim anderhalf uur duurde. Waarschijnlijk heeft dat te maken met de veel onregelmatiger verbindingen in Wallonië.

Vanuit Spa namen we om 17.50 u. de L-trein naar Welkenraedt. Afstappen in Verviers-Central om 18.14 u., en daar de IC -trein naar Oostende opstappen om 18.34 u. Het was al 19.54 u. als we aankwamen in Brussel-Noord. Dan nog om 20.04 u. de trein naar Antwerpen opstappen zodat het uiteindelijk 20.43 u. was voor we in ons thuisstation stonden. Bijna 3 uur reizen, niet het soort tripje dat je graag heen en terug op dezelfde dag afhaspelt …

De wandeling

Veel volk was er om 10 u. ’s morgens nog niet te bespeuren in Banneux bij het Maria bedevaartoord. We konden in alle rust genieten van een koffietje op één van de vele terrasjes die zich voorbereidden op een heerlijk warme dag. Ook wij deden dat door onze wandelbroeken af te ritsen, alhoewel dat achteraf gezien niet zo’n verstandige beslissing was. Maar daarover verder meer.

in Becco

Van bij Banneux liepen we vrijwel onmiddellijk een bebost en redelijk vlak gebied in dat ze hier aanduiden als Fagne de Banneux. Een paar kilometer verder wordt het Fagne de St-Remacle. Fagne betekent veen, waterrijke moerassige en zeer kwetsbare gebieden die op deze hogergelegen plateaus voorkomen. Iedereen kent de Hoge Venen – Hautes Fagnes die verder oostwaarts liggen, maar het fenomeen begint hier al in deze streek. Veel herkenningspunten met de typische veengebieden zie je hier echter nog niet. Dat zal nog duren tot voorbij Spa tijdens een volgende wandeletappe.

Na 4 km. begint het pad te dalen tot bij de Ruisseau de Targnon. Van hieruit vertrekken verbindingsroutes naar andere GR paden: de GR 573 en de GR 576. De route begint nu aan een tamelijk lange geleidelijke klim naar het dorp Becco. Het stemmige pleintje aan de kerk met de grote lindeboom nodigt uit tot verpozen.
Van het ene mooie dorpje naar het andere. La Reid ligt slechts 1,6 km. verder en biedt naast de typische huizen gebouwd met de bruine kalkachtige steen van de streek ook een paar tavernes waar voor een natje en een droogje kan gezorgd worden.

begin van de afdaling naar Winamplanche

Alhoewel we altijd op een hoogte van rond de 300 m. blijven is de tocht nooit echt vlak. Het is pas in de aanloop naar het dorpje Winamplanche dat de route echt begint te dalen. Ondertussen kregen we in de verte al de eerste aanblikken van Spa. De laatste paar honderd meter voor Winamplanche voeren langs een sterk dalend onmogelijk smal paadje. Aan de ene kant doornstruiken, aan de andere kant prikkeldraad. Je raakt er echt niet door en bent wel verplicht de aangrenzende weide in te stappen. Dat we niet de eersten waren bewijzen verschillende losgewrikte omheiningspalen die je makkelijk uit de grond kunt heffen om op die manier zonder de draad te beschadigen erover te raken.

Na dit dorpje volgt een stuk klimmen door bosgebied om bij Creppe terug in de open velden te belanden. We bereiken nu het hoogste punt van deze wandeling (en eigenlijk sinds ons vertrekpunt in Bergen-op-Zoom) op ongeveer 390 m.

Winamplanche

Na Creppe duikt de GR 5 het Bois de Mambaye in, en draait nu definitief in de richting van Spa. Het pad volgt de bosrand en begint goed een kilometer verder heerlijk te dalen langs een beekje. We kunnen niet aan de verleiding weerstaan en trekken op een zonneplek de schoenen uit om lekker pootje te baden. Erg koud, maar als we daarna verder stappen voelen de voeten helemaal terug fris aan en gaat het nog eens zo makkelijk. Mooie liedjes duren jammer genoeg nooit lang en uiteindelijk moeten we het valleitje terug uitklimmen om terecht te komen tussen de eerste villa’s die hier midden tussen de bomen neergeplant werden.

Het einde van de wandeling is in zicht. We dalen nu door de buitenwijken richting centrum van Spa. De typische burgervilla’s daterend uit de 18de en 19de eeuw volgen mekaar op. Veelal vergane (maar nog steeds mooie) glorie van wat ooit een wereldvermaard kuuroord was, maar nu verder leeft als ’spa’, de tot soortnaam uitgegroeide merknaam van het in 1921 opgerichte privébedrijf Spa Monopole. Samen met Bru en Spa Reine is het nu onderdeel van de groep Spadel die ook vertakkingen heeft in Duitsland en Engeland. Qua grootte heeft de groep het al lang moeten afleggen tegen reuzen als Cola en Pepsi, maar ze waren met hun ‘Monopole’ benaming wel visionair voor wat deze bedrijven nu op wereldvlak proberen te bereiken: het monopoliseren van het publieke goed ‘water’ ten koste van het fundamenteel recht op drinkbaar water van iedere wereldburger. Gelukkig groeit het verzet tegen deze praktijken. Dat belet wel niet dat Wallonië een paar jaar geleden nog een uitgestrekt bosgebied aankocht om de zuiverheid en beschikbaarheid van het Spadel water veilig te stellen …

pootje baden

Bij de spoorwegovergang verlaten we de GR 5 route en lopen links langs het spoor tot bij het 250 m. verder gelegen station. Aan de overkant de imposante gebouwen van Spa Monopole.
Het heeft iets om in het zicht van dit zuiverende water een stevige Orval te drinken. Het is wel minder leuk om bij het bewonderen van Maj’s zongebruinde benen een teek te moeten vinden … en dan nog één … en dan nog één … in totaal 4 teken die tijdens deze wandeling hun geluk niet op konden. En bij mezelf vond ik er ’s avonds thuis ook nog eentje. De volgende dagen wordt het uitkijken hoe de wondjes evolueren. Tot nu toe hebben we alleszins nog niets alarmerends kunnen vaststellen. Het bewijst alleszins dat een lange broek, zelfs op zonnige dagen, geen overbodige luxe is tijdens lange wandelingen.

De foto’s

Onze vorderingen op de GR 5 / E 2

Na enkele weken wandel-inactiviteit waren we het aan onszelf verplicht om er in stijl terug in te vliegen. We besloten meteen een stevige tweedaagse te stappen en kozen daarom voor het traject van Barchon naar Spa op de GR 5.

Gewapend met de gloednieuwe topogids ‘GR 5: Wallonië en Groothertogdom Luxemburg’ (Nederlandstalige uitgave) spoorden we maandag 22/6 naar de vurige stede Luik, en vonden er zonder problemen een hotelletje voor 2 nachten. Op de Place du Marché was alles voorhanden om bij een natje en een droogje nog wat te relaxen en langzamerhand in de perfecte stemming te komen.

Heen en terug

Dindsdag 23/6 namen we om 8.50 u. aan het station Luik Guillemins bus 140 (richting Visé, bus rijdt om het uur). Om 9.09 u. stonden we in Jupille, halte Bonfond, waar we om 9.22 overstapten op bus 240 (ook richting Visé). Vijf minuutjes later stonden we bij de halte Rabosée Quattre Bras. Vandaar is het ongeveer 1 km. stappen naar kilometerpunt 12 op de GR 5. Eventjes richting Chefneux stappen op de N642 en dan de eerste straat links (Rue Saivelette) volgen tot aan de brug onder de A3 – E40.

Aan Banneux-Chapelle stapten we om 17.07 u. bus 727 (richting Aywaille) op. Om 17.21 u. zette die ons af bij de halte Hornay – Route de Lincé. Na een halfuurtje genieten van de zon in de graskant nam bus 65 ons om 18.03 u. mee naar Luik Guillemins. We stapten daar af om 18.36 u.

De wandeling

Het eerste stukje van de wandeling tot in Chefneux (kilometerpunt 112 in de topogids GR 5 Traject der Lage Landen: Rue Vieille Foulerie) kenden we al van een eerdere wandeling. Het was toen de laatste etappe die in de topogids beschreven werd.
De nieuwe topogids die het Waalse en Luxemburgse gedeelte van de GR 5 beschrijft tot in Gilsdorf, start in Kanne net voorbij Maastricht. Tot in Barchon is er tussen beide topogidsen dus een overlapping van 34 km, maar wie maalt daarom op een traject van enkele duizenden kilometer? Het laatste kilometerpunt (112) van onze vorige wandeling is echter verdwenen in de nieuwe topogids. De plaats is ook quasi onbereikbaar en heeft verder niets te bieden. Vandaar dat we deze keer maar terug startten van in Barchon (kilometerpunt 12 in de nieuwe topogids).

Evegnée-Tignée komt in zicht

De eerste 2,9 km. tussen Barchon en Saive laten je al meteen merken dat dit de Ardennen zijn. Er wordt heel wat gedaald en gestegen, altijd met het beekje de Julienne als leidraad. Een prima inleiding voor de rest van deze wandeletappe.
Op weg naar Evegnée-Tignée geniet je van mooie zichten richting Barchon met in de verte de schachttoren van de vroegere steenkoolmijn Blegny-Trembleur. Bij echt heldere weersomstandigheden zou je zelfs het 40 km. verderop gelegen Maastricht moeten kunnen zien. Maar zo ver moet je niet turen om een echte mijnterril te zien. Vlakbij ligt de terril van Retinne die met zijn 96 m. de hoogste is van Wallonië. Liep je nu in een ander werelddeel, dan zou je meteen aan een eenzame vulkaankegel gaan denken.

Ter hoogte van Micheroux volgen we het valleitje van de Ruisseau des Marais langs en door weides en boskanten. De wandelpoortjes zijn amper breed genoeg om je er doorheen te wurmen.
Bij Soumagnes gaat het langs het provinciaal domein van Wégimont. Van achter de muur bereiken ons splashgeluiden en kinderkreten. Het mooie weer lijkt heel wat bezoekers naar het openluchtzwembad gelokt te hebben. Heel even krijgen we de top van de waterglijbaan te zien, met net daarachter het elegante tempeltje dat deel uitmaakt van het (overigens onzichtbaar blijvende) Louis XIV-achtige kasteeldomein.

wandelpoortjes om je door te wurmen

Voor ons gaat de tocht verder met een lange geleidelijke klim om dan plots via een smal steil rotsachtig paadje te dalen naar Saint-Hadelin.
Het volgende dorp is Olne waar we volgens de topogids terecht moeten kunnen voor een dringende en uitgebreide sanitaire stop. We vinden er enkel het krantenwinkeltje open, maar zelfs daar komt niemand ons bedienen. Ze zijn er hier erg gerust in … Blijft ons niets anders over dan het iets verder gelegen gemeentehuis binnen te stappen en daar beroep te doen op de sanitaire diensten, wat ons overigens zonder enig probleem vriendelijk toegestaan wordt. Het geeft ons de kans om het mooie houten interieur op de bovenverdieping te bewonderen.

doorgangetje in Olne

Rustige gehuchten en dorpen – Tonvoie, Grihanster – wisselen af met prachtige vergezichten. Mooie veldwegen veranderen in modderige combinaties van bospaden en beekjes. De GR 5 blijft de verrassingen aan elkaar rijgen. Tijdens een rustpauze in een graskant worden we bijgehaald door 2 Nederlanders die hetzelfde traject volgen. We zullen ze de volgende kilometers nog een paar keer tegenkomen in een voortdurend spelletje van inhalen en voorbijgestoken worden. Blijkt dat ze bezig zijn aan een vijfdaagse tocht waarbij ze gemiddeld zo’n 35 km. per dag stappen. Gisterenmorgen waren ze vertrokken vanuit Maastricht … Petje af! Met nauwelijks verholen jaloezie wensen we ze nog enkele prachtige wandeldagen toe.

Nessonvaux is de volgende halte. Hier vinden we eindelijk een combinatie krantenwinkel – sandwichbar en een café waar een frisse pint er vlotjes in gaat.
Van Nessonvaux naar Fraipont, hoeveel plaatsjes zijn we nu al gepasseerd? Overal willen we stoppen en maximaal genieten van wat er te zien valt. Dit lijkt een heerlijke streek te zijn om te wonen, maar net zoals bij ons beseffen we dat het nieuwe er vlug zou vanaf zijn, en dan komen de realistische overwegingen: veel lijkt hier niet te doen te zijn, zonder auto is je mobiliteit wel erg beperkt, waar vind je werk, … kortom een mooie streek vanuit toeristisch oogpunt, maar de economische realiteit is nog wat anders.

de Vesder bij Nessonvaux

In Fraipont bereiken we het laagste punt van deze wandeletappe: 110 m. Vier kilometer verder ligt het eindpunt Banneux, en dat ligt op een hoogte van 310 m. Het grootste gedeelte van dit hoogteverschil moeten we tijdens de eerstvolgende kilometer overwinnen. Dat betekent nog een flinke kuitenbijter! Tot onze verrassing lijken we het klimmen nu toch al wat in de benen te hebben, en mits wat rustig doseren van de krachten komen we uiteindelijk redelijk fit aan bij het beroemde bedevaartoord Banneux.
In een brochuurtje leren we alles over de 8 verschijningen van Maria in 1933 aan Mariette Beco, de oudste dochter in een arm gezin met 11 kinderen. Het bescheiden huisje waar ze woonde staat nu midden een domein vol kapellen en bidplaatsen met ontelbaar veel kaarsen, tot meerdere eer en glorie van de katholieke kerk, de horeca en de religieuze souvenirshops. Mariette zelf bleef er bescheiden bij, trouwde later en leidde een rustig familieleven.
Wat ons betreft hebben we veel meer genoten van onze mooie tocht naar dit bedevaartsoord dan van het oord zelf. Dat religieuze sfeertje is niet aan ons besteed, maar als anderen er wat aan hebben dan hoeven ze het voor ons niet te laten. Ieder zijn ding.

Enkele foto’s

Onze vorderingen op de GR 128

Van Haacht richting Leuven stappen, het is niet meteen de meest enthousiasmerende omschrijving voor een wandeling. Maar als je tussen die twee plaatsen de GR 128 tekens volgt, dan kijk je al helemaal anders aan tegen deze mooie streek.
Deze wandeling markeert ook het einde van de vlakke streken die we tijdens de vorige etappes op deze GR doorkruisten. De eerste ijzerzandsteenheuvels bezorgen je meteen al een paar stevige kuitenbijters, maar ze worden wel beloond met een prachtig panoramisch uitzicht over Leuven en omgeving. 

Heen en terug

Haacht bereik je makkelijk per trein vanuit Leuven of Mechelen. Reken 10 à 15 min. voor de rit. Vanaf het station van Haacht moet je nog een kilometer stappen richting Haacht langs de steenweg vooraleer je net voor het rondpunt de GR tekens tegenkomt die je rechts begint te volgen.
Vanuit de abdij van Vlierbeek moet je vanaf de ingangspoort rechtdoor nog ongeveer 400 m. stappen naar het Gemeenteplein van Kessel-Lo waar om de 15 min. bussen je naar het station van Leuven brengen. De rit duurt hooguit 10 min.

De wandeling

Wespelaar

De 2,5 km tussen het startpunt van deze wandeletappe en Wespelaar moet je als weinig inspirerend opwarmertje beschouwen. Wespelaar doet bij ons 2 belletjes rinkelen. Jaren geleden kwam ik er jaarlijks het onvolprezen gratis Swing Festival (overwegend blues) bijwonen. Tot mijn verrassing bestaat het festival nog altijd. Een idee voor een paar nostalgische dagen in augustus? En Wespelaar staat ook synoniem met het de Spoelbergh domein, het privé optrekje van één van de grotere aandeelhouders van de AB Inbev groep.
Vanaf Wespelaar begin je een nog verrassend landelijke streek te ontdekken. Wakkerzeel is één van die zeldzame sluimerende dorpjes waar zelfs de kasseikoppen koppig weigeren opgebroken te worden. Aan het kerkpleintje vind je taverne ‘t Schuurke met een gezellig tuinterras, erg populair in de streek en bekend bij wandelaars en fietsers als een welgekomen stopplaats. Ze gaan wel maar open om 11.30 u.
Vroeger was Wakkerzeel bekend als bedevaartoord voor Sint-Hubertus. Hij werd ingeroepen om lastige kinderen van hun ‘razernij’ te bevrijden en tegen hondsdolheid. Met een zogenaamde St-Hubertussleutel werden de dieren met een ijzeren hoorntje een merk op de kop gebrand. Of dat ook met de kinderen zo ging … ik hoop van niet. In alle geval hebben ze tegenwoordig ADHD pilletjes voor kinderen die niet stil voor de TV willen blijven zitten.

Wakkerzeel

Vanaf Wakkerzeel gaat het richting Rotselaar, en ook hier vindt de GR 128 nog voldoende onverharde grind- en graspaden die je door het laaggelegen beemdengebied leiden. De nabijheid van de Dijle laat zich raden, maar de rivier zelf krijgen we hier niet te zien. Tenslotte komen we uit op de weg Rotselaar – Wijgmaal. We stappen een eindje langs deze verkeersweg en passeren het WO I monument dat de 300 Belgische soldaten herdenkt die hier sneuvelden bij de Slag van de Molen in 1914. Arme stakkers, hun heldenmoed haalde weinig uit tegen de geoliede Duitse oorlogsmachine die toen in alle geweld ons landje binnen de kortste keren onder de voet liep.

Het traject loopt niet door tot het centrum van Rotselaar, maar slaat bij de Molen (waar de Dijle overgestoken wordt)af richting Putkapel. Ook dit is een heerlijk rustig stukje wandelweg door gemengd landbouw- en bosgebied. Hier komen we wel langs een stukje Dijle (met zelfs kayakkers) en lopen dan door de velden tot bij de drukke steenweg Leuven – Aarschot in Putkapel. Dit is meteen de tweede gelegenheid om een drankstop in te lassen. In de verte zien we ondertussen al de ‘bergen’ liggen die een einde zullen maken aan onze vlakke wandelingen op de GR 128. Deze ijzerzandsteenheuvels vormen het begin van het heuvelende Hageland. Tot het eindpunt van de GR 128 in Aken zal het parcours niet meer vlak worden.
Wij stappen verder en lopen onder de spoorweg Leuven – Aarschot door, dan via een brug over de A2 (E314), om zo door het Gasthuisbos op het grondgebied van Holsbeek te belanden.

Langs de Dijle naar Putkapel

De weg begint nu zichtbaar te stijgen en voor we het weten klauteren we door een donker beboste holle weg naar boven. Een wandelpaal geeft aan dat ook de streek GR’s Hageland en Dijleland ons nu gezelschap houden. Wat volgt is een afwisselend dalend en stijgend wandelparcours. Het onverharde Zounk pad brengt ons puffend boven op de Attenhovenberg en we stappen nu door het St-Gertrudisbos naar het Kesselberg natuurgebied.

Op de top van de Kesselberg staan we op een open grasweide en ontvouwt zich een weids panorama op de stad Leuven en de Dijlevallei. De natuur houdt niet op te verrassen. Na al die vlakke wandeletappes zijn we plots in een totaal andere wereld aanbeland. Als we de afdaling naar het Kesseldal inzetten merken we dat de ‘berg’ hier echt Ardens oogt. Oude groeves hebben rotsachtige structuren uitgehouwen in de roestbruine zandsteen. Mooi aangelegde trapjes voeren je langs de helling naar beneden.

Bij het Provinciaal Recreatiedomein van Kessel-Lo is er een GR splitsing. Of je kiest voor de stadsvariant die door het centrum van Leuven voert, of je kiest voor het eigenlijke GR 128 traject dat in een wijde boog via Linden en Bovenlo naar de Abdij van het Park loopt. Leuven is voor ons een bekende plaats en op zomerwarme zaterdag zijn we niet geneigd om de stadsdrukte op te zoeken. De beslissing is dus snel genomen: we volgen het echte GR 128 pad nog even verder en lopen tot bij de Noorderpoort van de Abdij van Vlierbeek.

Eindpunt: de abdij van Vlierbeek

Na bijna 20 km. stappen installeren we ons op het terras op het binnenplein van dit rustige abdijcomplex. Het geheel dateert al van 1127 en werd gesticht door de Benedictijnen van Affligem. In de 16de eeuw werd de abdij compleet verwoest door de troepen van Willem van Oranje. Het duurde tot de 18de eeuw voor de kerk en het ambtsgebouw terug opgebouwd werden. Lang duurde de heropleving niet want al tegen het einde van diezelfde eeuw werd de abdij onder druk van de Franse bezetter opgeheven. Later is dit dan de parochiekerk van Vlierbeek geworden en hebben de andere gebouwen allerlei nieuwe bestemmingen gekregen: je vindt hier een schooltje, een café en de huisjes zijn bewoond.
Het is een stemmige plaats die uitnodigt tot comtemplatieve bezigheden over de rand van enkele glazen blond schuimend bier. Meer moet dat niet zijn …

Wat fotootjes

Onze vorderingen op de GR 128

Een wandeling langs de noordrand van Vlaams-Brabant met een kort zijstapje in de provincie Antwerpen. Een drukbevolkt gebied met overal uitwaaierende wijken. Tussendoor nog mooie landschapspareltjes, maar een echte aanrader kun je deze etappe op de GR 128 toch moeilijk noemen.
De unieke ‘Primus met gist’ die je aan het einde van deze wandeltocht te wachten staat maakt wel veel goed …

Heen en terug

We namen een retourticket met heenreis naar Eppegem en terugreis vanuit Haacht. Beide spoorstationnetjes zijn te bereiken met lokale treinen vanuit Mechelen. Ideaal dus om eventueel je wagen daar te parkeren.
In Eppegem stap je vanuit het stationnetje meteen de GR route op, da’s makkelijk.
In Haacht verlaat je de GR route op het punt waar je de Haachtse Steenweg (Haacht – Kampenhout) kruist. Je moet die drukke steenweg dan nog 1,5 km naar rechts volgen om bij het station van Haacht te komen. Je zou ook nog een 3 km kunnen verder wandelen tot in Wespelaar. Ook daar is een stationnetje vanwaar je even makkelijk in Mechelen komt. De GR route passeert er dichter bij het station dan in Haacht.

De wandeling

  • Eppegem, het klinkt als een plaatsnaam die je eerder in West-Vlaanderen dan in Vlaams-Brabant zou situeren. De vele ‘e’ klanken laten zich lekker vettig plat van diep in de keel uitspuwen terwijl de ‘g’ dan weer diep in de keel mag blijven steken. ‘Eppegem? En ‘k zoen’t behot nie weetn … ‘.
    Maar de ‘gem’ plaatsen zijn geen patent van West- of Oost-Vlaanderen. ’Gem’ komt ook hier van ‘heim’ (huis). Al in 966 wordt de plaats vermeld als Ippingohaim, Huis van Ippe. In de Middeleeuwen evolueerde die Frankische plaatsnaam tot Eppeghem en sinds 1945 is Eppegem de officiële schrijfwijze van deze deelgemeente van Zemst.
  • De tocht voert je van Eppegem langs Weerde, Elewijt en Hofstade richting Schiplaken waar je het kanaal Mechelen – Leuven oversteekt. Behalve Schiplaken zijn dit allemaal deelgemeenten van hetzelfde Zemst. Veel bebouwing op dit traject, maar toch ook enkele mooie uitschieters zoals het Rubenskasteel tussen Eppegem en Elewijt, en het BLOSO domein van Hofstade.

Rubenskasteel

  • Het Rubenskasteel verwijst uiteraard naar onze beroemde stadsgenoot Pieter Paul. Hij kocht ooit dit kasteeloptrekje om er de zomers van zijn vijf laatste levensjaren te slijten. Ook toen was het al bon ton om in de zomer de duffe hete stadslucht te ontvluchten en zijn dagen feestend en genietend door te brengen op het platteland. Samen met zijn 38 jaar jongere tweede vrouw Helena Fourment en beroemde vrienden zoals Van Dyck, Jordaens en Teniers zal hier menige barbecue tot in de late uurtjes natjes uitgelopen zijn. Er zijn minder aangename manieren om je laatste levensjaren door te brengen.

Zag Rubens het zo?

  • Het BLOSO domein Hofstade daarentegen bouwde in de loop der jaren de trieste reputatie van ‘armemensenstrand’ op. Ook dit is een plaats waar in de zomer stadsmensen verfrissing komen zoeken, in dit geval vele Brusselaars voor wie dit één van de enige recreatieve zwemvijvers in de wijde omgeving is. Tegenwoordig meent de Bange Blanke Man deze plaats zelfs als Zwart of Bruin Strand te moeten aanduiden … Zelf trekt hij dan naar Turkije of Marokko om zich daar in witte enclaves zorgvuldig af te schermen voor het Zwarte of Bruine Gevaar. De wereld op zijn kop.
  • Het kanaal van Leuven naar de Rupel hebben we al ontmoet op de GR 12 (zie het verslag Mechelen – Grimbergen). De GR 128 kruist nu ditzelfde kanaal bij de brug van Schiplaken. De Leuvense Vaart dateert uit de 18de eeuw en kwam er volledig onder impuls van de stad Leuven. Ze wilden daar af van de ongemakkelijk kronkelende Dijle als transportweg naar Mechelen. In Mechelen zagen ze dat echter niet zitten want ze vreesden Leuven als een economische concurrent. Het was dan ook Leuven dat volledig opdraaide voor de kosten van aanleg, uitbating en onderhoud van het kanaal. Dat het diep zat bewijst het feit dat dit zo bleef tot in 1972 … Ondertussen wordt het kanaal nog maar weinig gebruikt voor vrachtvervoer. Het laat slechts schepen tot 600 ton toe. Ook de sinds 1998 in Leuven aangelegde yachthaven (geniaal idee: een yachthaven vanwaaruit je enkel naar Mechelen kunt varen waardoor er dan ook slechts een handvol weinig gebruikte bootjes liggen) haalde weinig uit om nieuwe impulsen te geven aan het gebruik van dit kanaal.

Rijmenam vanaf de Dijle

  • Via Hever komen we bij de Dijle die hier meteen een stukje provinciegrens vormt tussen Vlaams-Brabant en Antwerpen. Met zijn vele bochten en oude afgesneden meanders staat de Dijle altijd garant voor mooie landschappen en pittoreske plekjes. Er is zelfs een nieuwe streek-GR rond uitgezet: de Dijleland route. Vanaf het punt waar de GR 128 bij de Dijle komt lopen beide routes samen tot rond Leuven. Het kleine stukje rivier dat we volgen tot bij de brug in Rijmenam is alleszins de moeite waard.
  • Bij Rijmenam (mooie dorpskern als je even de brug oversteekt) verlaten we de Dijle en gaat het door de beemdenlandschappen op het grondgebied van Boortmeerbeek richting Haacht. Waar onze route de Haachtse Steenweg kruist zetten wij een punt achter deze GR 128 etappe en stappen richting het station van Haacht. We kwamen er net op tijd aan om de trein naar Mechelen op te stappen. Wie moet wachten kan beslissen nog een paar honderd meter door te lopen tot bij de taverne Brouwershof recht tegenover de ingang van de brouwerij van Haacht. Dit is de enige plaats waar je de nog ongefilterde pils rechtstreeks uit de lagertanks van de brouwerij kunt proeven (of doordrinken). Het bier – Primus met gist – is niet in de handel verkrijgbaar wegens de beperkte houdbaarheid, maar de volle smeuiige smaak is een streling voor de biersmaakpapillen. Bierliefhebbers zullen zich dit ommetje dan ook niet beklagen.

Oudere Berichten »