Onze vorderingen op de GR 5 / E 2 westelijke variant
Omdat we nogal waterschuw zijn, en alles zoveel mooier lijkt onder een stralend zonnetje, trokken we dinsdag 17/6 terug naar Proven om van daaruit verder te stappen naar Westouter op de GR 5A Zuid.
Het werd een pracht van een wandeling, waardoor de verplaatsing van meer dan 6 uren al iets verteerbaarder werd. In Antwerpen namen we de trein van 8.06 u. naar Kortrijk. Daar hadden we bijna 40 min. om over te stappen op een stoptrein naar Poperinge. En in Poperinge stond een belbus klaar om ons naar Proven te brengen. We kwamen daar aan om 11 uur. Samen met de verplaatsing naar Antwerpen-station een dikke drie uren.
’s Avonds het omgekeerde scenario. Belbus van Westouter naar Poperinge, trein naar Kortrijk en vervolgens naar Antwerpen.
In Proven vonden we aan het eind van de herinrichtingswerken die het dorp nu al een tijd van de buitenwereld afgesloten houdt een stoffig café dat open was. Onder het genot van een koffie pasten we onze reiskleding aan de mooie weersomstandigheden aan, en om 11.30 u. stonden we vertrekkensklaar.

Bij het verlaten van Proven liepen we meteen naast een hoppeveld. Het blijft een indrukwekkend zicht om deze hoge paalconstructies in het landschap te zien staan. Op dit ogenblik zijn de klimplanten al aardig opgeschoten, maar voor de hopbellen zelf is het nog veel te vroeg. Tijdens de rest van de wandeling komen we deze velden nog verschillende keren tegen.
Een paar kilometer verder passeren we langs de ingang van het domein De Lovie. Ik herinner me dat ik hier ongeveer 40 jaar (!) geleden als kadet enkele keren deelnam aan het Westvlaamse loopcrosskampioenschap voor scholen … puur jeugdsentiment. Ook toen al was hier een centrum voor de opvang van mentaal gehandicapten gevestigd. Het is een geruststelling te merken dat na al die tijd deze plaats nog altijd bestaat.
We wandelen verder en passeren volgens de topogids het Kasteel Couthof. Behalve wat bos valt er weinig te merken van enig kasteel. Het illustere familielid van prinses Mathilde dat hier zou wonen houdt zich alleszins goed verborgen. Anachronismen bestaan ook vandaag nog, anders was ook het woord samen met het onderwerp al lang verdwenen.
De wandeling loopt verder door de velden, en het terrein wordt alsmaar heuvelachtiger. Het valt op dat naast mais en aardappelen hier heel wat graan geteeld wordt. De voorzitter van de Boerenbond bevestigde net nog dat onze boeren hard getroffen worden door de stijgende brandstofprijzen en de dalende opbrengstprijzen voor veeteelt en tuinbouw. Diegenen die graan telen zouden beter af zijn (de verkoopprijzen zijn goed gestegen). De boeren van deze Westhoek hebben dus blijkbaar de goede beslissingen genomen.
Al mijmerend komen we zo bij het Helleketelbos. Deze bos-oase is amper 41 ha. groot, maar was vroeger deel van een uitgestrekt bos tussen Watou en Beselare. Op het internet heb ik tot nu toe vergeefs gezocht naar een boeiende verklaring voor de naam, en terplaatse werd ook nergens enige uitleg gegeven. Heksen, gruwelverhalen, moorden … ? We hebben er het raden naar. In alle geval biedt het bos een aangename afwisseling in het bijna uitsluitende landbouw landschap van deze streek.
Net buiten het bos staat herberg De Boshoeve. Het lijkt een aangename plaats om even te vertoeven, maar jammer genoeg is alles potdicht op deze doordeweekse dag.
De GR 5A tocht voert ons nu tot op het grondgebied van Abele, een typisch grensdorp. De GR 5A blijft op 500 m. van het dorp zelf, maar we verlangen ondertussen zo erg naar een aangename pleisterplaats dat we beslissen een ommetje te maken naar het dorpscentrum.
We hebben ons dat ommetje niet beklaagd. Op de grens zelf vonden we café Het Commiezenkot, inclusief douanemuseum. We vroegen een Witte van Hoegaarden, en kregen een veel betere Watou’s Wit opgediend, een lokaal streekbier dat wat wat mij betreft alleszins erg ondergewaardeerd is (of was het de dorst die dit fris biertje hemels deed smaken?).
Van Abele stapten we terug naar het GR 5A parcours en vervolgden onze weg door de velden richting Westouter. Daarbij stapten we nog 500 m. over Frans grondgebied. Geen enkele grensaanduiding hier. Het enige dat ons opviel was de duidelijke scheiding in het asfalt op de weg waar de grens verondersteld is te passeren. Een perfecte samenwerking tussen Frankrijk en België overigens, want de asfaltnaad is keurig afgewerkt.
Uiteindelijk belanden we in Westouter. We hebben ons neergeploft op het eerste (en enige) terras dat we tegenkwamen, en kregen meteen de kans om nog een ander succesnummer van de Watou reeks te proeven: St-Bernardus bier.
De tijd dat we moesten wachten op onze belbus was aangenaam besteed.


De eerste keer dat ik me in mijn leven bezopen heb, was dat ook met watou. Een te weinig gekend streekbier, inderdaad…
Zo te zien is de hop al goed gegroeid.
Over het Helleketelbos: Een helle is een helling. Waar je het bos inging, had je aan de straat een weide met een huisje op. Sommige teksten hebben het over een heksenhuisje, misschien heeft dat met de ketel te maken, maar ik durf mijn hoofd hier niet op verwedden…
[...] Klik hier voor het verslag en de foto’s. [...]