Nog eens een stukje GR 12. Geen wereldschokkende ervaringen en zichten, maar al bij al een fijne wandeling, met als hoogtepunt de doortocht van het gezellige Lier.
Het vertrekpunt Kessel is makkelijk te bereiken vanuit Antwerpen. Om het uur gaat er een trein richting Turnhout die je op goed 20 minuten in Kessel afzet.
Vanuit Onze-Lieve-Vrouw-Waver gaat er om het halfuur een bus naar Mechelen, en daar stap je één van de vele treinen richting Antwerpen op.
De bebouwde kom van Kessel ben je vlug doorgestapt, en dan gaat het overwegend door een laag- maar dichtbegroeid bosgebied richting de Kleine Nete. We passeren het Vredehof, volgens de beschrijving een prachtige tuin … tegenwoordig een verwaarloosd stuk groen. Er hangt een plaatje dat dit jaar de Vredehof voor het laatst open is. Gedaan met de Vrede?
De Vlaming heeft hier duidelijk zijn ruimtelijke ordening fantasieën uitgeleefd. Bos wisselt af met chalets, villa’s, keetachtige constructies en zelfs tenten.

We volgen de Kleine Nete een stuk, en waar die via een sifon onder het Netekanaal door gaat, beginnen we deze laatste te volgen. Via een spoorwegbrug steken we het kanaal over om aan de overkant bij een taverne uit te komen. Op deze plaats bevond zich vroeger de Abdij van Nazareth.
We komen terug bij de Kleine Nete en wandelen zo tot bij de Lisperpoort van Lier.
Lier is een gezellig stadje met heel wat bezienswaardigheden. De plaats is geen onbekende voor ons, en we kunnen alleen maar bevestigen dat het GR 12 traject er wonderwel in slaagt de mooiste plekjes aan elkaar te rijgen.
Via internet vind je voldoende info over Lier. Als je wil kan je hier rustig een volledige dag rondslenteren. Enkele trefwoorden om je ontdekkingstocht voor te bereiden: het Spui, Sint-Gummaruskerk, stadspomp, Felix Timmermans, schapenkoppen, Zimmertoren, Begijnhof, Hemdsmouwken, Buildragershuisje, De Fortuin, Gevangenenpoort (momenteel ingepakt voor restauratie), …

Eénmaal de stad doorgelopen belanden we terug bij de Nete. Ondertussen zijn Kleine en Grote Nete op een voor ons onzichtbare plek in Lier één geworden en hoeven we ons niet meer af te vragen waarom de ene groot en de andere klein was. Het geasfalteerde jaagpad dat we moeten volgen is omwille van werken volledig afgesloten voor alle verkeer. We besluiten het er toch maar op te wagen. Blijkt dat een kilometer verder aan een bruggetje gewerkt wordt, maar je kunt er perfect doorwandelen.
We bevinden ons nu in het waterrijk natuurgebied Anderstad, zo genoemd naar een gehucht wat verderop. Het bijna 8 ha. groot gebied wordt begrensd door de Nete aan de ene kant en het Netekanaal aan de andere kant. Het kon in 2002 aangekocht worden door de Wielewaal en heeft al decennialang een belangrijke ornitologische waarde. In dit moerasgebied met grote delen open water, brede rietkragen en wilgenkanten, worden meer dan 200 soorten waargenomen.
Via een doorsteek langs zuivelfabriek St-Clemens komen we bij de Anderstad brug over het Netekanaal.
Vanaf hier verlaten we het Netegebied en gaat het door de velden richting Onze-Lieve-Vrouw-Waver. Ondanks de drukke bebouwing in deze streek zijn er nog heel wat onverharde paden en wegeltjes zodat ook de laatste 7 – 8 km. van deze wandeling de moeite waard blijven.
Onze-Lieve-Vrouw-Waver duikt slechts de laatste kilometers op in de verte, met de kerktoren als baken. Naarmate we naderen duiken andere torens op.
Ze horen bij een groot, afgrijselijk en pompeus gebouw dat onmiddellijk aan een gevangenis doet denken. Ver zitten we er niet naast als we lezen dat dit de school van de Ursulinen is. Vanaf 1841 bevond zich hier een pensionaat en onderwijsinstelling voor meisjes van hogere stand. Je ziet zo de Moeder Cents door lange donkere gangen sluipen en binnengluren in slaapzalen waar gesnik en gegiechel plots verstommen.
Later opende de school ook een afdeling in Mechelen, en tot op vandaag heeft dit ‘instituut’ in de streek nog altijd een ietwat elitaire reputatie waar nogal wat mensen zich graag door laten verleiden.
Aan de zijkant bevindt zich een beter ogend gedeelte, daterend van 1900 en gebouwd in de beroemde ijzer en glas art nouveau stijl. Het is een als ontvangstruimte bedoelde wintertuin, en is nu een beschermd monument.
Wat verder ligt de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Samen met gemeentehuis, pastorie en kerkhof biedt dit geheel alleszins een veel stemmiger aanblik dan het kille schoolgebouw. Taverne ‘t Klaverke aan het dorpsplein doet de muffe schoolgedachten vlug vergeten met een Westmalle trappist aan de democratische prijs van 2,20 Euro.
Lier is een prachtige stad. Ik ben er eigenlijk nog maar één keer geweest, niet zo lang geleden.
Jammer dat ze het Vredehof niet onderhouden. Een schande is het…
@ Geert
Inderdaad een prachtig initiatief …
Maar terplaatse blijft uit niets de bedoeling en achtergrond, tenzij de naam Vredehof en de mededeling dat dit jaar het laatste is. De voorjaarsbloei zal ook allang voorbij zijn …
De plaats is ondertussen in een villawijk ingesloten en ik kan me indenken dat het effect ervan niet meer is wat het ooit moet geweest zijn.
En zoals meestal het geval is in dat soort wijken merk je nergens enig leven … je kunt dus ook niet navragen wat precies de bedoeling van die lap grond is.
Toch bedankt voor de info.
Wat de Vredehof betreft, die werd jarenlang bewerkt door Fernand Geyselings, een van de pioniers van Agalev. Hij heeft nog voor die partij in het parlement gezeten. Ieder najaar presteerde hij het om meer dan 200.000 bloembollen in zijn tuin te planten. Dat zorgde voor een onwaarschijnlijke voorjaarspracht, die niet moest onderdoen voor het Keukenhof of het kasteel van Groot-Bijgaarden. En bovendien helemaal gratis. Spijtig dat de man er mee ophoudt. Maar ja, hij is dan ook niet van de jongste meer…